In gesprek met oud Citroën werknemer
Co de Jong


46 jaar werkte hij bij de Citroëngarage op het Stadionplein. Bij het binnenkijken bij the Garage komen veel herinneringen boven. We zijn in gesprek gegaan met oud Citroën werknemer Co de Jong. 


“Racen met de 2CV’s op het dak als er weinig auto’s stonden, fantastisch!”

Als 15 jarige jongen kwam hij in 1962 terecht in de Citroëngarage. Hij kreeg er een leer-werkplek. Vier dagen per week meewerken en één dag in de week naar school in Amstelveen om het vak van automonteur te leren. Een week later werd de garage officieel geopend. “Alles moest er piekfijn uit zien, alles werd gepoetst. Prins Bernhard kwam het pand immers openen. De auto waarmee Prins Bernhard de garage kwam binnenrijden was geen Citroën…een echte no-go vanuit Frankrijk!”

Hij trof het al die jaren bij Citroën - zijn opleiding werd betaald; in zijn diensttijd kreeg hij de helft van zijn salaris en zijn rijbewijs werd betaald. En door gunstige regelingen kon Co in de nieuwste auto’s rijden. De arbeidsvoorwaarden waren uitstekend! Daarnaast waren er geregeld bingo avonden en feesten bovenin het bedrijfsrestaurant. 

De Citroën motoren kent Co op zijn duimpje. Hij begon op de 2CV afdeling en stoomde daarna door naar de DS: een luxe en vooruitstrevende auto voor die tijd met luchtvering, stuurbekrachtiging en halfautomatische bediening. Daar lag zijn passie! Hij mocht zelfs sleutelen aan de DS van Prins Claus en van Prins Bernard. 

Op de vraag of Co trots was op het werken in de garage, zegt hij lachend ja. “Het was toch een bijzondere plek in Amsterdam, iedereen kende de Citroën garage, naast het stadion waar ook altijd iets te doen was. Bij voetbalwedstrijden van Ajax maakten we de gekste dingen mee. Vanuit de werkplaats, door de vele ramen, konden we de wedstrijden net niet zien helaas, maar de supporters konden we, in alle toestanden, wel aanschouwen.” Co’s ogen stralen als hij vertelt: “we waren natuurlijk jong in die tijd, als het dak leeg was, was dat een perfect racecircuit. Dat ging het beste met de 2CV’s”.

Als we door het pand lopen vertelt Co: “Het pand is binnen onherkenbaar geworden op enkele elementen na zoals de autoliftschacht en het trappenhuis. Natuurlijk zijn de vele ramen en de oprijlaan ook bewaard gebleven. Mooi om te zien! Het pand werd op een gegeven moment veel te groot voor Citroën, we fantaseerden vaak over wat er na ons vertrek in zou komen. Ik vind het helemaal gaaf om nu deze nieuwe bestemming te zien!”